Kenmerken
kleine, gedrongen waterschildpad met relatief hoge, gladde of licht gewelfde carapace (hoornpantser) en een klein, gereduceerd plastron (buikschild). Kop relatief klein met vaak lichte strepen of vlekken op kop en hals.
kan bij bedreiging een sterk muskusachtige geur afscheiden uit speciale klieren — daarom de naam “stinkpot”.
volwassen dieren blijven klein; carapaxlengte doorgaans ongeveer 6–12 cm (kleine variatie tussen populaties).
mannetjes hebben vaak iets langere staarten en soms een smallere carapax; bij veel schildpadden is de staart van het mannetje duidelijker zichtbaar.
komt voor in delen van de oostelijke Verenigde Staten en zuidelijk (oostelijk) Canada (bijv. zuidelijk Ontario).
leeft in kleine, langzame wateren zoals moerassen, vijvers, stroompjes en langzaam stromende riviertjes met zachte bodems, veel waterplanten, dode houtstammen en voldoende dekking. Ze zijn sterk aquatisch en zien we zelden ver van het water.
overwegend carnivoor/omnivoor met voorkeur voor schaaldieren, weekdieren (slakken), insectenlarven, kleine visjes, kikkervisjes, aas en soms plantaardig materiaal. Ze hebben sterke kaken om schelpen en skeletten te verwerken.
vrouwtjes leggen kleine nesten met enkele eieren per legsel (meerdere legsels per seizoen kunnen voorkomen). Incubatieduur en uitkomst zijn temperatuurafhankelijk.
in het wild leven ze vaak meerdere decennia; in gevangenschap kunnen ze ook 20+ jaar worden..
Vereist een waterrijk terrarium met goede filtratie en schuilplaatsen; watertemperatuur gematigd (meerdere graden afhankelijk van bron) en een plek om uit het water te kruipen. Dieet met afwisseling van eiwitrijke prooien en kwalitatieve schildpaddenvoer. Niet zo’n uitgesproken zonnebadderaar als andere soorten, maar een droge warmere baskingplek is nuttig.











